Eindelijk was het zover. Na maanden van
lezen en voorbereiden, de route lag reeds lang op voorhand vast en
zou wederom mét de klok meegaan alhoewel later bleek dat we beter
tegen de klok hadden gereisd, was D-Day aangebroken. Le moment
suprême, de dag waarop ik iedere keer reikhalzend naar uitkijk, de
dag waarop ik alles wat met het Westen te maken heb voor lange tijd
en met plezier achter mij laat. Telkens opnieuw maakt dan een
zaligmakend en euforisch gevoel zich meester over mij en ben
ik dolgelukkig dat ik weer die wijde wereld mag intrekken, de
rugzak stevig aan het lijf op zoek naar avontuur, onbekende en
bijna vergeten culturen, prachtig natuurschoon, ongeëvenaarde
bouwkunsten en lokale schoonheden die uiteraard een groot deel
van mijn aandacht krijgen. Dit zou echter geen gewone trip worden
zoals mijn vier voorgaande, alhoewel die ook allesbehalve als een
'gewone trip' omschreven kunnen worden, want voor de eerste
keer stemde ik toe om een paar vrienden mee te laten backpacken,
ondanks het feit dan ik liever alleen travel (of met een goede
kameraad) en goed wetende dat travellen 'in groep' quasi
onmogelijk is. Uiteindelijk bestond de 'groep' uit vijf
personen: Johan Decleyn, reeds lang een vaste reisgenoot en die ik
al sinds mijn zestiende ken en eveneens een globetrotter pur
sang, bourgondiër ( 's nachts droomt hij reeds van
het uitgebreide ontbijt om dan reeds met het
middageten en vooral met het diner bezig te zijn en
dit vertaalt zich in zijn stevige pens), levensgenieter
en uiterst relaxte persoon om onze aardbol mee af te schuimen.
Jurgen Hens, getrouwd met een Thaise. Kennen mekaar vooral van
onze liefdevolle kleuren RAFC, weet dat hij eerder het nerveuze
type is, praatziek en alle aandacht naar zich toe eisend, licht
ontvlambaar maar met een gouden hart en altijd bereid om te helpen.
Last but not least Glenn Peeters en zijn vriendinnetje Gwendolyn
Wuyts. Glenn ken ik eveneens lange tijd van op de RAFC, beste kerel
maar een beetje gek en krijgt hyperkinetische aanvallen als hij
teveel alcohol drinkt. Heeft zijn vaste baan bij de Belgische
Spoorwegen opgegeven om aan niets anders dan medicijnproeven
mee te doen die hem fortuinen opbrengen. Zou dit zich op lange
termijn niet wreken? Alles behalve gezond als je het mij vraagt.
Gwendolyn, blond en goed uitziend maar klein van
gestalte, is de enige nobele onbekende van het gezelschap maar
van goede komaf. Wie in Antwerpen Centrum woont kent
ongetwijfeld dokter Wuyts, de man die vrij makkelijk
afwezigheidsbriefjes schreef. Gwennie, zoals iedereen haar noemt,
gaf eveneens haar baan in de Antwerpse modewereld op om met een
bende reigers en één varaan bijna vier maand te gaan
eilandhoppen in 's werelds grootste eilandenarchipels: de
Filippijnen en Indonesië tot mij omgedoopt als 'PhiliNesia' met
als Zuidoost-Aziatisch startpunt Kuala Lumpur op het
schiereiland Maleisië. De geestelijke vader van deze trip ben
ik, en wat men van mij denkt laat ik aan anderen over. Ik weet dat
ik niet altijd de makkelijkste ben tijdens een lange trip want wat
ik in mijn kop heb doe ik ook, maar voor de rest ben ik relaxed,
eerlijk,openhartig en gul, haat ik stressie toestanden en
wil ik alleen maar zoveel mogelijk genieten van al het
heerlijke wat zo'n nieuwe uitdaging met zich
meebrengt.
Die morgen ging ik met de
Jobse kippen van stok na een bijna slapeloze nacht veroorzaakt
door die positieve stress. Ik had het lumineuze idee opgevat (ik
had beter moeten weten) om eerst een voetbalmatch mee te pakken in
West-Londen nl. Brentford - Wycombe Wanderers in de Engelse 3e
Divisie, League One zoals ze het daar noemen. Het jaar daarvoor had
ik op de voorlaatste nacht van nog maar eens een andere
maar steeds weer dezelfde Siam-Khmer trip, twee English lads
leren kennen in de Morning Night in Soi Nana, getekend Nana
Entertainment Plaza, BKK. De boys van de Karel Van Overmeirelaan in
Deurne, Gunther de Pinnenman Verrijken (voorzitter van de
Pattayaanse Antwerpsupportersclub Thaise
Reigers) en Jordi Struys, politieman uit
Deurne-Noord maar met home base op de Luchtbal, kwamen toen
net op. Twee notoire Siamese reigers. In enkele
'hoeren-en-boeren' uren hadden ze Michael O'Sullivan, Ierse
lad en wonend in Brentford, West-Londen en Stuard Harland uit
Sunderland leren kennen. Ze zaten kennelijk op dezelfde golflengte.
Ik was die laatste nacht aan het bekomen en
zwaar aan het afzien van mijn slokdarmzweertjes in
een simpel hotelletje in Soi 4, kokhalzend en enorm in de war
zijnde, recupererend na een twintig dagen decadent en buitensporig
duur snoepreisje in Siam en Kampuchea, toen
de Thaise Reigers me opbelden om nog een laatste te komen
drinken in de Morning Night. Ik wilde ze eigenlijk niet
vervoegen en hoopte deze keer op tijd mijn vliegtuig te
halen maar Jordi overhaalde me, en in mijn
Adidas Argentina trainingsbroek steepelde ik uiteindelijk,
volledig suf (discombobulated zoals de
Aussies zeggen) en helemaal niet in de mood naar de
MN en gooide ik me in dat heerlijke maar verfoeilijke
oord van verderf. Binnen de kortste keren kreeg ik weer zin om
me te laten gaan, al die lekkere ontvankelijke en wulpse op lust
bezijnde Thaise wijven met hun zalige lichamen. Elke keer laat
ik me vangen aan hun speelserijen. Ik ben ook maar een man.
Big boys don't cry. Die nacht liet ik me voor de laatste keer nog
eens heerlijk gaan, evenals mijn lotgenoten en stond ik op een
gegeven moment tot zelfs halfnaakt toe op de banken
van één of andere Go Go upperstairs. Ik herinner me
zelfs de naam niet meer. Wat ik wel weet is dat we die laatste
nacht werkelijk de beest hebben uitgehangen zonder echt over
de schreef te zijn gegaan en hoe ik enkele uren daarna mijn vlucht
heb gehaald is nog steeds een groot raadsel.
Maar laat ons eerst terugkeren
naar die bewuste morgen van zaterdag 13 februari. Ik had
Johan, die in de heerlijk naar stront riekende
boerenvelden van Wuustwezel woont, gezegd dat ik hem kwam
oppikken om daarna mijn wagen bij mijn ouders achter te
laten. Niet dat mijn ouders nog veel met de wagen rijden want
pa reed op drie jaar tijd twee wagens in de frenne (de
mens ontvlucht het gejammer en gevit van ma en voelt zich een pak
beter, de laatste tijd zelfs té goed, bij de vrienden in
café Sas 4 waar hij meestal teveel 'cremeglaskes' nuttigt om
dan pottoe naar huis te strompelen waar dezelfde
domestieke miserie hem opwacht) en ons ma pakt haar
fietske wel om haar flessen sterke jef te gaan halen om haar
alcoholdrift te onderdrukken. Ik
begrijp pa wel want het moet verdomd moeilijk zijn met een
drankverslaafde echtgenote te leven, altijd maar commentaar naar je
hoofd geslingerd te krijgen en niets meer goed kunnen doen. De
laatste jaren is het daar in de Vaartlaan niet meer te doen.
Hoe kunnen mensen op deze manier nog met elkaar samenwonen? Ik leef
de laatste jaren met het vervelende en beklemmende gevoel
dat dit vroeg of laat verkeerd moet aflopen. Zij houden me in een
wurggreep want ik hou van beide ouders evenveel. Tijdens mijn
vorige travels zijn er zaken gebeurd met ma die ik pas heel
veel later ben te weten gekomen. Pa heeft haar eens
laten opnemen om af te kicken en diets meer, maar niets hielp.
Ooit vond men haar (ik volgde dat jaar de
Andes-ruggengraat in Zuid-Amerika van Noord naar Zuid) tijdens
een barkoude, besneeuwde winternacht met 4 promille
aan een kapelletje in het dorp, bijna doodgevroren maar door de
excessieve alcoholhoeveelheid bleef haar bloed stromen en werd ze
gered van de bevriezingsdood. Die morgen echter werden we uiterst vriendelijk onthaald op een stevig
'spek met eieren' ontbijt en toen ik even naar de plee moest zei pa
tegen Johan: 'Makker, hou mijn zoon wat in het oog want
hij verliest na 42 jaar nog steeds af en toe volledig de pedalen'.
Er werd ons verder op het hart gedrukt om voorzichtig te zijn
en na een summier maar gemeend afscheid vertrokken we te voet naar
de bushalte aan het kruispunt van Sint-Job waar we de bus namen
naar de 'koekenstad' waar we hadden afgesproken met de rest om de
trein te nemen naar Brussel-Zuid om vervolgens de Eurostar op
te stappen richting London St.Pancras. Dit was mijn
laatste ontbijt samen met mijn dierbare vader, Swa Beton. Na dit
overheerlijke ontbijt zou niets nog hetzelfde zijn...